Zin in Waanzin III: Genen op drift?

Heb je het debat tussen Paul Moyaert en Damiaan Denys moeten missen? Geen nood, op de website van de buren kan je het integraal herbeluisteren! Je hoeft enkel deze link te volgen.


Zin in Waanzin II: Wat als ik de enige ben die het nog snapt?

“Wat ik wil vertellen kan ik samenvatten aan de hand van drie termen: de afgrond, de waanstemming, en filosofie. Drie termen die een licht werpen op waanzin, op een manier die het volgens mij mogelijk maakt om iets dichter te komen, om te naderen. Vandaar de titel: Nabij de afgrond: fenomenologie van waanzin.”

Een korte inleiding op de tekst die Zeno Van Duppen bracht in het debat met Wouter Kusters. Je kan de volledige tekst terugvinden via de site van de buren.


Zin in Waanzin I: filmavond ‘Ingewikkeld’

Herbeluister hier het interview met hoofdpersonage Sven Unik-id en regisseurs Marie & Ellen van Poolhert Productions:


VVGG Congres

(Her)bekijk hieronder de verschillende presentaties van ons symposium op het VVGG congres op woensdag 19/09/2018:

Engagez-vous! Een moreel appel naar de hulpverlener

door Kinge Berendsmoraalfilosofe, ASO psychiatrie VUB, voorzitter beGeesterd

Het dikke ik, een term van de denker Harry Kunneman (Kunneman, 2006), wijst op de maatschappelijke tendens het eigen ik centraal te stellen.

Volgens Kunneman heeft dit een impact op de manier waarop de professional haar beroep uitoefent. Wat anno nu primeert in het professionele handelen is het autonoom, rationeel ageren. Het handelen is daarbij gebaseerd op objectieve kennis en kan onderworpen worden aan beleidsmatig ontworpen controlemechanismes. Kunneman benoemt dit geheel van kenmerken als het instrumenteel professioneel handelen. De morele betekenis van een professie daarentegen is op de achtergrond geraakt. Het zich passief en ontvankelijk voor de ander weten open te stellen, is naar de achtergrond verschoven. Het instrumentaliseren van het professionele handelen verkleint daarenboven de marge van de professional en draagt op die manier verder bij aan het onderdrukken van de passieve ontvankelijkheid voor de ander.
Kunneman pleit er verder voor (Kunneman, 2013) dat de professional zichzelf niet langer als moreel neutraal beschouwt, maar zichzelf verwikkelt met de publieke zaak. De psychiatrische context brengt morele en maatschappelijk vragen met zich mee die te complex zijn om volledig aan de wetgever over te laten. Zichzelf verwikkelen met die grotere context kan dan ook gezien worden als een enorm verrijkende en maatschappelijk relevante uitdaging.

Waanzin herdacht: Wittgenstein en psychose

door Zeno Van Duppen, PhD Filosofie, ASO psychiatrie KU Leuven, vice-voorzitter beGeesterd

Psychotische ervaringen worden vaak als vreemd, bizar en onverstaanbaar omschreven. In deze presentatie stel ik een samenwerking voor met filosoof Rob Sips,

waarbij we zijn eerste-persoonservaringen combineerden met de filosofie van Ludwig Wittgenstein om bepaalde aspecten van de beginnende psychose wél verstaanbaar te maken. Een beginnende psychose blijkt gepaard te gaan met een afbraak van wat Wittgenstein het ‘taalspel’ noemde. Dit zorgt er op zijn beurt voor dat iemands pre-reflectieve en existentiële oriëntatie in de wereld plots kan veranderden. Het erkennen en onderzoeken van de diepte en impact van dit proces op iemands leefwereld zou kunnen bijdragen aan herstel. Filosofie kan dus een rol spelen in het begrijpelijk maken van wat lang onbegrijpelijk werd geacht.

“La différance”, een microrevolte

door Dirk De Wachter, psychiater, VVP sectie filosofie

Zou het moeilijk te grijpen begrip ‘différance’ inspirerend kunnen zijn om na te denken over “Allemaal anders”? Een pleidooi voor niet volledig begrijpen, voor klein verschil en voor contextueel denken.

Diversiteit in denken

door Michiel Van Kernebeek, filosoof, ASO psychiatrie VUB, secretaris beGeesterd

Anders zijn zet zich af tegen het normale en “normaal” bestaat alleen maar bij gratie van “anders”. Maar wanneer iets als anders bestempeld wordt, en wanneer iets nog als normaal wordt beschouwd, ligt (meestal) op een zeer subtiel spectrum. 

Wie trekt de grens tussen het normale en het pathologische? Wie kan zich deze macht toe-eigenen en wie verzet zich hiertegen? Is een harde grens te trekken? Moet een dergelijke grens überhaupt getrokken worden? 
De moeilijkheid om op deze vragen te kunnen antwoorden, geeft een essentiële spanning weer in het denken over geestelijke gezondheid en geestesziekten, die niet aan de kant mag worden geschoven.